November 14, 2009
Categories: Zen . . Author: Jan de Beus . Comments: Leave a Comment

Chögyam Trungpa Rinpoche (1939-1987) is een Tibetaans geestelijke. Hij is de oprichter van de wereldwijde organisatie Shambhala-Boeddhistische traditie.
Hij werd geboren in Tibet en opgeleid in de strikte kloostertraditie van het Tibetaans Boeddhisme, als de 11e incarnatie van de Trungpa tülkus. Tulku betekent: erkende reïncarnatie. Hij was hoofd van het Surmangklooster in Oostelijk Tibet – een klooster van de kagyu-traditie, één van de vier grote scholen van het Tibetaans boeddhisme, waarin de meditatieve ervaring veel nadruk krijgt. Daarnaast is hij opgeleid in de Nyingma-traditie, de oudste van de vier scholen. Hij was een aanhanger van de Rimé-beweging in Tibet, die probeerde zoveel mogelijk waardevolle leringen samen te brengen en toegankelijk te maken, ongeacht de traditie waaruit ze voortkwamen.
Tijdens de Tibetaanse diaspora van 1959 moest hij – als zoveel Tibetaanse leraren – het land ontvluchten. Met een klein gezelschap van een paar monniken maakte hij te paard en te voet de gevaarlijke reis over de Himalayas naar India. Na zijn vlucht werd hij door de veertiende dalai lama benoemd tot spiritueel adviseur van de opleiding voor jonge lama’s in de hill station Dalhousie, India.
Vanaf 1963 woonde Chögyam Trungpa een paar jaar in Engeland, waar hij filosofie, kunst en vergelijkende godsdienstwetenschappen studeerde aan de Universiteit van Oxford. Hij was vanaf 1968 mede-oprichter van het Samye Ling meditatiecentrum in Schotland. Om een aantal redenen – waaronder een auto-ongeluk waardoor hij halfzijdig verlamd raakte – besloot hij kort daarna zijn kloostergeloften terug te geven. Hij trouwde in 1970 met een Engelse, Lady Diana, en vertrok naar Amerika, waar hij de grondslag legde voor de huidige internationale Shambhala-organisatie.
Chögyam Trungpa’s grote streven was de kern van de meditatietraditie toegankelijk te maken voor westerse studenten. Hij had grote empathie met het Westerse moderne levensgevoel en de problemen daarvan: vervreemding, materialisme, agressie, angst, en het verlammende gebrek aan zelfvertrouwen. Aan de andere kant had hij een onwrikbaar vertrouwen in de menselijke goedheid en ons vermogen om een verlichte gemeenschap te vormen.
Hij had een buitengewoon brede belangstelling en verkende verschillende vormen van kunst en cultuur. Zo legde hij zich toe op kalligrafie, bloemschikken (ikebana), poëzie en toneel. Zijn inzicht in de verlichte aspecten van de militaire discipline leidde tot de oprichting van de Dorje Kasung, een ordedienst ter bescherming van de dharma. Oorspronkelijk bedoeld als training van een toneelgroep bracht hij oefeningen ter voorbereiding van monniksdansen onder in Mudra Space Awareness. Een unieke vorm van kleurbeleving, eerst gebruikt als therapie, werd een programma genoemd Maitri Space Awareness. Hij stichtte de eerste boeddhistisch geïnspireerde universiteit van Noord-Amerika, de Naropa-universiteit in Boulder, Colorado. Via Naropa ontstond het contact met talrijke Amerikaanse dichters, zoals Allan Ginsberg, Gary Schneider en Ann Waltman.
Al deze onderwerpen kwamen terug in zijn onderricht en dit maakte hem tot een van de belangrijkste leraren van de spirituele traditie in het westen. Hij heeft meer dan twintig boeken over meditatie, boeddhisme, kunst, poëzie en het Shambhala-pad van krijgerschap op zijn naam, boeken die in vele talen vertaald zijn en tot op de dag van vandaag veel gelezen en herdrukt worden. Hij heeft veel grote Tibetaans boeddhistische leraren, waaronder de gyalwa karmapa, voor het eerst naar het westen gebracht. De Vajradhatu-organisatie die Chögyam Trungpa oprichtte, geeft studie en meditatie in meer dan 100 centra in steden over de gehele wereld. Hij stichtte ook een aantal landelijk gelegen centra, voor intensieve meditatie- en studieprogramma’s. Zijn onderricht trok duizenden studenten, die meditatiebeoefening leerden te integreren in hun dagelijks leven. Onder zijn leiding werd een aantal van deze westerse studenten opgeleid als leraar en meditatie-instructeur. Na de dood van Chögyam Trungpa Rinpoche in 1987 ging de leiding van de organisatie over op zijn zoon, Sakyong Mipham Rinpoche.
Dansen in het duister is een meeslepende ‘proeve van spiritualiteit’, een onderzoek naar de eigen waarde en plaats van spiritualiteit. Het boek getuigt er op onweerstaanbare wijze van dat spiritualiteit en mysterie niet los staan van, maar juist onlosmakelijk verbonden zijn met ons alledaagse leven. Via ‘omtrekkende bewegingen’ rond het begrip mysterie, over de weg van Johannes van het Kruis en door het denken van Emmanuel Levinas leidt dit boek naar de verlichting als gedragswijze: het bevrijdende denken en handelen uit de Ch’an-traditie, de Chinese oorsprong van zen. Op grond van het eigen terrein van spiritualiteit zijn ‘niet-weten’, ‘verantwoordelijkheid’ en ‘bevrijdende communicatie’ sleutelbegrippen die in de zoektocht van de moderne mens naar zijn lot en bestemming een grote rol kunnen spelen. Het boek sluit af met intrigerende ‘Oefeningen voor een doordeweekse dag’. Dansen in het duister is een zeer persoonlijk boek van een van de bekendste Nederlandse zen-leraren; confronterend, onorthodox, stamelend verkennen van de contouren van het mysterie van het leven.
de vrije encyclopedie Ga naar: navigatie, zoeken Portaal Yoga Een mantra is een gedicht, woord, een uitspraak, of een lettergreep die het midden houdt tussen een spreuk met magisch effect en een gebed. In sommige gevallen wordt hij herhaald en is hij bedoeld als een continue recitatie. Voor de herkomst van het woord mantra zijn er verschillende verklaringen. Volgens velen is het een combinatie van de Sanskriet woorden manasah (geest) en tra (bevrijding door beheersing van die geest). Zoals reeds boven verklaard is een mantra een reeks woorden, die samen een gedicht vormen. Deze mantra’s worden veelal gezongen tijdens meditaties, offer-plechtigheden of trouwceremonies door de Pandits, Brahamana’s en soortgelijke heiligen. In vroegere tijden zoals het ‘saty-yuga’ (de gouden tijd), duizenden jaren geleden konden brahmanen de mantra’s op zo’n perfecte manier uitspreken, dat er direct een effect waarneembaar was. Mocht één van hen een mantra fout ten gehore brengen, dan waren er over-priesters, die de fouten ter plekke corrigeerden. Maar dat wil niet zeggen dat mantra’s oude begrippen zijn, die enkel effect hebben op de vroegere personen uit het verleden. Dagelijks groeit het aantal personen, dat zich naar één of andere vereniging wendt om daar over yoga te horen. Want het chanten van mantra’s is een belangrijk onderdeel van yogabeoefening. Door mantra’s te chanten zoals AUM TAT SAT of OM NAMO BHAGAVATE VASUDEVAYA of HARE KRSNA HARE KRSNA KRSNA KRSNA HARE HARE,HARE RAMA HARE RAMA RAMA RAMA HARE HARE zou de ziel gereinigd worden van alle stoffelijke besmettingen. Hoewel het woord mantra uit het Sanskriet komt, worden in feite in alle religies vele, telkens verschillende, mantra’s gebruikt voor verschillende doelen. Bijvoorbeeld om een status van trance of om geestelijke zuivering te bereiken, voor het verkrijgen van siddhi’s (mystieke vermogens) of om de genade de van God (kŗpa) te verwerven. [bewerken] Hindoeïsme Ohm (Tamil) Ohm (Devanagari) Ohm (Tibetaans)In het hindoeïsme wordt Aum of Ohm (uitspraak: ōm) algemeen als de basis-mantra beschouwd. Het woord Om heeft echter een veel diepgaandere betekenis. Het is niet alleen de betekenis van het woord dat hierbij van belang is. Men gelooft dat de trilling van deze klank een verheffende werking op de trilling van het lichaam heeft, waardoor een hoger bewustzijn bereikt wordt. Vandaar ook dat vaak belang gehecht wordt aan de juiste uitspraak. Volgens sommige theorieën geeft deze klank ook een opstijgende lijn langs de chakra’s weer. Een andere belangrijke mantra is de aloude gayatri mantra uit de Rig Veda (10:16:3)” Aum Bhuh Bhuvah Svah Tat Savitur Varenyam Bhargo Devasya Dheemahi Dhiyo Yo nah Prachodayat Er zijn verschillende vertalingen van deze mantra in omloop, aangezien elk woord diverse betekenissen heeft: Om: een mystieke klank, de klank der klanken. Uit deze klank is het hele universum ontstaan. Bhur: De fysieke wereld die de vitale spirituele energie belichaamt, ofwel ‘pran’. Bhuvah: De mentale wereld en vernietiger van al het lijden. Swah: De hemel en de spirituele wereld die geluk belichaamt. Tat: Verwijzing naar Parmatma (de Superziel) Savitur: De heldere Zon of de Schepper en Onderhouder van de Wereld. Varaynyam: Beste of meest geliefde. Bhargo: Vernietiger van alle zondes Devasya: Goddelijke Godheid of Oppergod Dheemahi: We mediteren op en nemen in Dhiyo: Het intellect Yo: Het licht Nah: Ons Prachodayaat: Inspireren of verlichten[1] In de ISKCON/Hare Krishna is de volgende mantra van uiterst groot belang. De volgelingen reciteren hem vaak als sadhana (geestelijke oefening). Hare Krishna Hare Krishna Krishna Krishna Hare Hare Hare Rama Hare Rama Rama Rama Hare Hare [bewerken] Boeddhisme Het steeds herhaalde Om mani padme hum is een mantra uit het tibetaans boeddhisme. Dit betekent ongeveer: “Ik eer de vrucht (wijsheid) van de lotusbloem”. Ook wordt het wel eens vertaald als “O, parel in de lotusbloem”. In de Thaise Bos Traditie van het Theravada is Boed-dho het meest gebruikt mantra. Je bent er vrij om een mantra uit te kiezen waarvan je denkt dat die de beste resultaten brengt
Wat betreft het naar voren gebrachte feit dat Dostojewski na de strafperiode door zijn gokverslaving en speelschulden als broodschrijver te betitelen was, antwoordde de prof dat dit geen verschil maakte voor de geestelijke waarde van diens romans. Het eigenaardige gegeven dat in al deze romans koortsachtige dromen een belangrijke rol spelen werd door iemand gememoreerd, maar daar ging de prof verder niet op in. Over een door mij geopperde parallel tussen ‘de poortloze muur’ en Kafka’s in Het Proces opgenomen parabel over de poortwachter deed Lathouwers geen uitspraak, hij kende Kafka’s werk niet goed genoeg. Wel verwees hij naar een parallel met de lessen van Don Juan (Castaneda): ‘als je gelooft kun je vliegen‘, waarop ik zei van ‘ja kunst, wanneer je vol mescaline zit’ en dat wees de prof. zelf ook af in dat werk, daar ging het ook niet om.